"Geen order, maar engineeringopdracht."
Interview Foppe Atema in Metaalmagazine.

 

“Een toenemend aantal eindproducenten en system suppliers zal de komende jaren hun plaatwerkafdelingen afstoten, als zijnde geen strategische kernactiviteit”, aldus de overtuiging van directeur Foppe Atema van het jubilerende Goma. Dat betekent dat  toeleveranciers kennis en ontwikkelcapaciteit in huis moeten halen en moeten samenwerken met andere partners in de keten.

Foppe Atema ziet voor de toekomst drie sporen, waarvan hij de eerste twee in een adem noemt: het leveren van meer toegevoegde waarde en het toenemend belang van design. Atema verwacht dat een toenemend aantal eindproducenten en system suppliers de komende jaren hun plaatwerkafdelingen zal afstoten. “In zijn algemeenheid is plaatwerk voor deze bedrijven geen strategische kernactiviteit. Meestal gaat het om bijkomende functies als behuizing, versteviging en bevestigingsmogelijkheden.” Waarbij hij een uitzondering maakt voor een bedrijf als Océ, waar het draagframe uit plaatwerk een wezenlijk onderdeel is van de copier. Maar ook Océ besteedt overigens al steeds meer delen hiervan uit. Wat bedrijven soms nog weerhoudt om afscheid te nemen van hun plaatwerkactiviteiten is volgens Atema dat het ooit de basis vormde van bestaan. Een vorm van nostalgie, waar nieuwe generaties managers zich echter steeds minder aan gebonden voelen.

Afbeelding: Metaalmagazine-2013_01
Directeur Foppe Atema voor de nieuwe buigmachine
van Codatto: “Meer vormvrijheid, meer flexibiliteit
en korte omsteltijden” (foto’s: Jan Oonk)

Afbeelding: Metaalmagazine-2013_02
Voorbeeld van een voorgelakt product met ronde
vormen zoals dat op de Codatto is vervaardigd

Ketens concurreren
Het verdwijnen van plaatwerk en (een deel van) de bijbehorende kennis bij eindproducenten en system suppliers biedt ruimte aan toeleveranciers, aldus Atema. Mits ze in staat zijn dit gat op te vullen. Want waar het bij een jobber alleen draait om de vragen ‘wat kost het en wanneer kun je leveren’ daar komt er nu iets meer om de hoek kijken. Hij signaleert dan ook een ‘beweging naar meedenken’. Of anders gezegd: “In feite krijg je als plaatwerktoeleverancier geen order, maar een engineeringopdracht.” Als voorbeeld uit de praktijk van  Goma noemt hij beddenfabrikant Auping, waarmee een aantal ontwikkeltrajecten in gang is gezet. Om mee te kunnen denken met de opdrachtgever moet meer kennis in huis worden gehaald en moet er ontwikkelcapaciteit worden gecreëerd.Omdat er vaak ook andere aspecten dan puur plaatwerk om de hoek komen kijken wordt ook de bundeling van kennis met andere partijen steeds belangrijker in een dergelijk ontwikkelingstraject. “Samen kijken naar de total cost of ownership”, aldus Atema. In zijn ogen zal de concurrentieslag zich in de toekomst afspelen tussen ketens, meer dan tussen individuele bedrijven. En dat belang van samenwerking begint al bij het ontwerp. “Daar begint de kracht van de keten.” Want vanuit de markt signaleert Atema een toenemende vraag naar designproducten,met allerlei ronde en vrije vormen. Daar ziet hij een rol weggelegd voor ontwerpbureaus. “Goma zal vooral aanhaken als het functionele ontwerp aan de orde is.”


EVA 3122
Een derde ontwikkeling die Atema daarbij waarneemt is de trend naar kleinere series, die al langer gaande is maar zich nog steeds verder doorzet. Meer flexibiliteit en het reduceren van omsteltijden worden daarom steeds belangrijker. Bij kantpersen kan volgens hem veel worden bereikt door offline te programmeren, in combinatie met simulaties van het kantproces. Ook de robotisering van de kantpers ziet hij verder toenemen, hoewel niet voor enkelstuks en eenmalige series. “Wil robotisering zinvol zijn dan moeten opdrachten wel een zekere herhaalgraad hebben, anders staat de programmeertijd niet in verhouding tot de bewerking zelf.” Zowel wat betreft de vrijheid qua vormgeving bij designproducten als de flexibiliteit en omstelreductie bij kleine series heeft Goma zelf een flinke stap gezet met de aanschaf van de EVA 3122 buigmachine van Codatto. Bij deze machine wordt de plaat in stapjes aangevoerd en vervolgens in de gewenste mate gebogen. Staplengte en ombuighoogte zijn vrij instelbaar en de gewenste radius kan op die manier eenvoudig via de besturing worden aangepast. Vrije en ronde vormen kunnen zo worden gebogen zonder noemenswaardige ombouwtijd met hetzelfde standaard gereedschap. Met zijn lengte van 3 meter sluit de Codatto ook aan op de trend naar langere producten bij Goma. “Niet meer van hetzelfde, maar een machine die het verschil kan maken”, zo steekt Atema de loftrompet over de Codatto.

Instabiele situatie
Kijkend naar de huidige economische situatie en de ontwikkelingen daarin op de korte termijn heeft Atema een minder duidelijk beeld voor ogen. “Sinds de crisis van 2008 missen we een duidelijk referentiekader. De situatie is heel instabiel en we kunnen in feite nog geen maand vooruit kijken. Op dit moment moeten we weer een tandje bijschakelen, maar dat kan morgen weer afgelopen zijn.” Ook bij andere plaatwerkbedrijven ziet hij een onzeker en wisselend beeld. “De een kan het werk niet aan, terwijl de ander mensen moet ontslaan.” Waarbij met name de bouwgerelateerde activiteiten het meest onder druk staan en het perspectief is daar ook nog steeds onveranderd somber. Voor Goma was de huidige onzekerheid in ieder geval aanleiding om de al goedgekeurde uitbreiding met een nieuwe hal van 1.700 vierkante meter voorlopig even in de ijskast te zetten.

Afbeelding: Metaalmagazine-2013_03
Uit oogpunt van toegevoegde waarde en flexibiliteit
heeft Goma al eerder geïnvesteerd in een eigen poedercoatlijn

Afbeelding: Metaalmagazine-2013_04
Robotisering kan voor repeterende orders een optie zijn om de (loon)kosten te drukken. De robot op de voorgrond bedient bij Goma de ponsmachine en levert de bewerkte plaatdelen direct door aan de robot voor de kantpers op de achtergrond

Voorraden bij toeleverancier
Naast kennis en kunde ziet Atema dat opdrachtgevers ook hun inkoopvoorraden in toenemende mate naar de toeleverancier verschuiven. “De toeleverancier wordt steeds meer een dienstverlener die volgens wens van de klant de producten op het juiste moment aanvoert aan diens productieband.” Dat betekent onvermijdelijk dat de toeleverancier extra moet investeren in magazijnen en voorraden. Zodat in geval van problemen toch direct herlevert kan worden en de productie bij de klant niet in het gedrang komt.